1

Boompje Wisselen

Deze werkvorm deden wij vroeger altijd, toen ik op atletiek zat.
Het is een fantastische manier om mensen te laten zien, wat hun patronen zijn.
Het heeft heel weinig uitleg nodig en het kan alle kanten uitgaan.
Alleen al wanneer ik zeg: ‘ga in een hoepel staan’, kun je als coach/trainer heel veel zien en teruggeven.

Het idee is, dat er altijd 1 hoepel te weinig is. Dus als iedereen in een hoepel gaat staan, zal er altijd iemand zijn, die geen hoepel heeft. Soms ziet iemand dit op tijd en geeft de hoepel aan een ander. Of er wordt gerend om er zeker van te zijn, dat men een hoepel heeft.

Dit betekent dus, dat je al voordat het spel begint, vragen kunt gaan stellen;
‘Is dit wat je doet?’

Deze activiteit bevordert:

  • zelfreflectie
  • energie
  • plezier
  • en wie weet nog veel meer

Hieronder de instructie:
Tijd: 10 – 15 min
Deelnemers: 5 of meer
Binnen en Buiten
Actief

Benodigd materiaal
Hoepels (aantal = aantal deelnemers – 1) 

Ik heb gekleurde hoepels bij bol.com gekocht omdat ze precies in de DISC kleuren zijn waardoor je er weer extra mee kunt spelen. Bovendien zijn dit ‘platte’ hoepels zodat je er minder over struikelt.

hoepels

Beginopstelling
De hoepels liggen kriskras verspreid, de hoepels liggen minimaal 5 meter uit elkaar.

Kader
Bij dit spel weten de deelnemers meestal niet precies wat de bedoeling is. Zij denken dat dit gewoon een leuk spel is.
Maar het doel voor de coach/trainer is om duidelijk te maken, dat wat ze hier laten zien, patronen zijn, die zij ‘overal’ laten zien.

Spelverloop
Wanneer je in een hoepel (boompje) staat, wissel je met iemand anders van boompje. Degene die geen hoepel heeft, probeert een boompje te bemachtigen.
Meestal hoef je niet meer uit te leggen, dan dat het spel ‘boompje wisselen’ heet. Ik start dan ook direct, na dit te hebben gezegd.

  • Dan roep ik na 1 minuut: “stop!”.
  • Ik roep iedereen bij elkaar en vraag wat ze van zichzelf hebben laten zien. Dus wat deed je en waar herken je dat je dit doet? Sommige deelnemers waren misschien verward en hadden misschien meer uitleg nodig gehad. Herkennen ze dit?
  • Een volgende stap is dat je de deelnemers vraagt zich heel anders te gedragen, dan ze normaal zouden doen; hoe zou het spel er dan uitzien? 1,2,3 GO!

Differentiatie (is hier eigenlijk niet nodig):

  • Hoepel verder uit elkaar leggen.
  • In alle hoepels geweest zijn.
  • Vraag de deelnemers een variant te bedenken.

Als je van te voren zegt “In de hoepel ben je veilig” (zoals ik laatst bij een groep deed, die boventallig geworden waren), krijg je weer een heel ander spel.

Interventies:
Hoe was het om het eens heel anders te doen?

Evaluatie:

  • Wat gebeurde er?
  • Wat heeft deze activiteit opgeleverd?
  • Wat neem je mee naar de volgende activiteit?

Aandachtspunten:
Het beste resultaat wordt bereikt, als iedereen zich optimaal inzet en concentreert.

Voor wie “Boompje wisselen” lifechanging was!

In deze video vertel ik je wat ik meemaakte met een groep die ‘in beweging’ moest komen van hun werkgever, omdat hun baan op de tocht stond. Voor deze mensen was dit spel lifechanging! Het is mijn mooiste herinnering aan het spelen van ‘boompje wisselen’ met volwassenen.

Veel inspiratie!

Als je overweegt om dit spel binnenkort te gaan spelen;

Wil je delen in welke setting je dit spel wilt gaan toepassen?

(wie weet breng je anderen lezers op een idee en inspireren we elkaar)

  • Hugo schreef:

    Super als je hieronder wilt delen hoe je deze werkvorm wilt gaan toepassen.
    Succes, Hugo

  • >