Wat ik zo mooi vind aan…

Deze werkvorm is ontstaan tijdens één van de train de trainers die ik gaf. We hadden een aantal fietsbanden in een cirkel gelegd en 1 fietsband in het midden van de cirkel.

Iedereen stond in een band.

Degene die in het midden stond sprak deze zin uit:

‘Wat ik zo mooi vind aan <het vak> is ….’
In dit geval waren wij met allemaal trainers. Dus ‘Wat ik zo mooi vind aan het trainersvak is…’.

Wanneer je niet in het midden staat maar wel herkent of onderschrijft wat degene die in het midden staat zegt dan stap je uit je band en zoek je een andere band op.

Dat betekent dat degene die in het midden stond altijd uit die band stapt omdat hij zichzelf herkent in wat hij zelf zegt 😉 en dus een andere band opzoekt.

Wat er vervolgens gebeurde was dat we met elkaar tot ongelofelijk veel redenen en motivaties kwamen waarom wij het trainersvak zo mooi vonden. Dit schiep een hele mooie band en deed ons stilstaan bij ‘Waarom doen wij dit werk ook alweer?’.

Stel je eens voor wat er gebeurt als je dit bij een bedrijf doet en mensen staan stil bij waarom ze dit werk doen.
En bovendien horen ze van elkaar waarom ze dit werk doen; wat het drijft.

Mooi hè!

Nu pas ik hem toe als er plotseling tijdens de training iets gebeurd waardoor:

– het gemeenschappelijke gevoel weg is
– we opeens niet meer weten waar we dit werk ook al weer voor deden (voorbeeld; een groep jongerenwerkers was de spirit kwijt nadat één van de jongeren spullen van hen gestolen had).

Door deze oefening te doen; en er wordt altijd veel van band naar band gelopen, werd wordt de gemeenschapszin weer helemaal  duidelijk.

>